Möchten Sie zur deutschen Seite wechseln?JaNeina
Sluiten
News
Financial Services|Netherlands|Dutch

Pensioenlandschap 2025 zonder PPI

05.06.2018

Pensioenaanbieders zijn continu op zoek naar rendement en zouden minstens zoveel energie moeten steken in het verlagen van de kosten. Werkgevers vragen er al langer om en voegen nu de daad bij het woord door vaker te veranderen van pensioenaanbieder. Opvallend is dat werkgevers die de pensioenregeling bij een PPI hebben ondergebracht nog veel vaker afscheid willen nemen van hun PPI als het elders goedkoper kan.

Tel daarbij op dat werknemers zekerheid over hun pensioeninkomen willen hebben, een Premie Pensioen Instelling alles doet behalve je pensioen regelen en meerdere pensioenaanbieders via diverse pensioenvehikels de markt benaderen met overlappende proposities dan lijkt het logisch snel afscheid te nemen van de PPI. Het nieuwe pensioenstelsel zal dit proces, naar verwachting van GfK, versneld in gang zetten.

Andere pensioenaanbieder voor lagere pensioenkosten 
Uit een recent pensioenonderzoek van GfK onder ruim 500 werkgevers en 1.200 werknemers blijkt dat werkgevers vandaag al op zoek zijn naar verdere verlaging van hun pensioenkosten. Met stip op één staat dat men openstaat voor het aanbod van een andere goedkopere aanbieder. Daarnaast kijkt men vooral naar versobering van de pensioentoezegging [zie figuur 1]. Deze wens van kostenverlaging zien wij al sinds 2000 toen we begonnen met het monitoren van pensioenwensen van werkgevers. Anders dan toen is dat werkgevers nu de daad bij het woord voegen; aanspraken worden de laatste 10 jaar echt versoberd en men verandert steeds vaker van aanbieder.

Dit wordt versterkt door de beperkte loyaliteit van werkgevers aan hun huidige aanbieder. En daarmee de grote switchbereidheid. Maar liefst 7 op de 10 werkgevers zouden niet opnieuw voor hun huidige pensioenaanbieder kiezen [zie figuur 2]. Kijken we naar het daadwerkelijke gedrag dan zien we dat in 5 jaar tijd 1 op de 3 werkgevers van pensioentoezegging en/of pensioenaanbieder is veranderd!

Binnen de ‘PPI-werkgevers’ zouden 4 op de 10 niet voor de huidige aanbieder kiezen [Figuur 3]. Dit is een duidelijk positievere score dan voor andere werkgevers, waarbij PPI-werkgevers overigens vaak nog maar zeer kort voor de huidige aanbieder hebben gekozen. Werkgevers bij een PPI zijn daarentegen het meest bereid tot veranderen van aanbieder, maar liefst 5 op de 10 zegt over te stappen naar een andere aanbieder als het daar goedkoper kan. Sterk vergelijkbaar met de uitkomsten van recent onderzoek onder overstappers naar een andere zorgverzekeraar, waaruit blijkt dat overstappers net zo tevreden waren over de oude aanbieder als mensen die niet overstappen. Mensen zijn tevreden maar hebben geen binding!

Van 1060 naar 268
In Nederland hebben we een gezamenlijke zeer omvangrijke pensioenpot (pijler 2) van 1.500 mld. Deze pot is onvoldoende om het huidige pensioenstelsel te continueren. De rente is historisch laag en duurzaam extra rendement is lastig te vinden. Tegelijkertijd hebben we in Europa te maken met een demografische tijdbom. We leven langer: over 20 jaar leven we weer 3 jaar langer dan nu. Er zijn steeds minder werkenden ten opzichte van gepensioneerden: in 1957 toen de AOW ontstond waren er voor iedere gepensioneerde 7 werkenden, over 20 jaar zijn dat er 2. De betaalbaarheid van het huidig stelsel is niet houdbaar. We zullen meer moeten sparen of genoegen moeten nemen met minder. Deze ontwikkelingen hebben ook de consolidatie van pensioenaanbieders, met name pensioenfondsen, in Nederland op gang gebracht. 20 jaar terug waren er nog 1060 pensioenaanbieders, 10 jaar terug 700 en nu zijn er 268 pensioenfondsen, pensioenverzekeraars, ppi’s en apf-en. De consolidatiebeweging zal verder doorzetten om de al bestaande redenen; versterken van financiële weerbaarheid, verlagen van uitvoeringskosten, kunnen voldoen aan governance-eisen voor bestuur etc. Op dit moment hebben al 50 fondsen het besluit tot liquidatie genomen en dat bij DNB gemeld. Consolidatie zal ook doorzetten door de transitie naar een nieuw pensioenstelsel. 

Van 268 naar 95
Door het nieuwe pensioenstelsel zullen werkgevers én werknemers kritischer worden op pensioenaanbieders/proposities. Door toenemende transparantie én persoonlijke potjes zullen de kosten per deelnemer verder moeten worden verlaagd. Een vergelijk met beleggingsverzekeringen leert dat een substantiële verlaging van kosten en het verdwijnen van proposities bij toenemende transparantie niet ondenkbaar is. Daar waar werkgevers lagere pensioenkosten willen, weten we dat werknemers zekerheid willen over hun pensioen en aanbieders (verzekeraars) juist af willen van garanties en het langlevenrisico echt een risico vinden.

Vandaag hebben we nog 268 aanbieders en nog zo veel meer verschillende proposities. Zo bedienen veel verzekeraars de markt met een pensioenverzekeraar, een PPI en een APF. Hoewel de PPI op dit moment in vergelijking met andere aanbieders kostenefficiënt is, lijkt dit voor de toekomst onvoldoende én betreft het alleen een DC-regeling in de opbouwfase. Het is vreemd dat een Premie Pensioen Instelling alles regelt behalve je pensioen, waarbij een APF eenzelfde propositie kan bieden als een PPI maar niet andersom. Beide in de huidige vorm laten voortbestaan lijkt geen serieuze optie. Aanbieders zullen moeten nadenken met welk pensioenaanbod zij over 5 jaar in de markt willen staan. De keuze voor Verzekeraar en/of Pensioenfonds en/of APF en/of PPI is één van de stappen om als aanbieder een competitieve positie in te nemen. GfK verwacht dat het pensioenlandschap zich verder zal concentreren en er in 2025 als volgt uit zal zien:

5 pensioenverzekeraars
5 APF-en
5 beroepspensioenfondsen
30 bedrijfstakpensioenfondsen
50 ondernemingspensioenfondsen
0 PPI’s 

Bij de start van het nieuwe pensioenstelsel hebben we goed zicht op het bestaansrecht van zowel APF als PPI. Afscheid nemen van de PPI lijkt een kwestie van tijd.

Voor meer informatie, neem contact op met Robin Hardeveld Kleuver

General