Möchten Sie zur deutschen Seite wechseln?JaNeina
Sluiten
News
Financial Services|Netherlands|Dutch

Pensioeninkomen, meer met minder!

30.06.2017

Werknemers verwachten minder pensioen te krijgen, maar meer werknemers denken dat dit mindere pensioen ruim voldoende is. Dat is één van de conclusies uit een recent marktonderzoek van GfK onder werkgevers en werknemers. In dit artikel wordt dieper ingegaan op de verwachtingen van werknemers over hun pensioeninkomen, wat ze daarvan vinden en hoe ze daarmee omgaan. De gemiddelde Nederlandse werknemer komt vaak voorbij. Omdat deze niet bestaat, wordt specifiek gekeken naar verschillen tussen diverse werknemers.

In een recent GfK onderzoek over pensioenen zijn ruim 500 werkgevers en 1.200 werknemers gevraagd naar diverse aspecten rondom pensioen. Eén van de aspecten is het inkomen na pensioendatum; welke verwachtingen hebben werknemers over hun pensioeninkomen en hoeveel pensioen denken ze eigenlijk nodig te hebben

Hoeveel pensioen krijg ik?
Wanneer werknemers gevraagd wordt naar het netto inkomen als zij met pensioen zijn in vergelijking met het netto inkomen voor pensioneren, zien we een divers beeld. Er is ten opzichte van voorgaande jaren een dalende tendens zichtbaar ten aanzien van de verwachtingen over de hoogte van het eigen pensioeninkomen. Het verwachte netto pensioeninkomen is gemiddeld 30% lager dan voor de pensioendatum. Maar, liefst 73% van de werknemers verwacht 70% of meer te krijgen. In 2015 verwachtte nog 79% van de werknemers dit. De daling in het jaar 2016 is daarmee net zo groot als in de gehele periode van 2004 tot 2015! [Zie Figuur 1] 

Dit enigszins realistischer beeld kan te maken hebben met alle media-aandacht over het verhogen van de pensioenleeftijd, te lage dekkingsgraden, achterwege blijven van indexaties etc. Ook de overgang naar andere pensioenregelingen is ongetwijfeld van invloed. In Nederland kennen we diverse pensioenregelingen; eind- en middelloonregelingen, beschikbare premieregelingen en diverse combinatieregelingen. Tot 2000 was eindloon de dominante vorm. In minder dan tien jaar tijd is het aandeel middelloonregelingen spectaculair gegroeid van 25% in 2000 naar ruim 80% nu. De beschikbare premieregeling is in dezelfde periode van minder dan 5% naar nu bijna 15% aandeel gestegen. De eindloonregeling is alleen nog met een vergrootglas te vinden.

Kijken we naar de diverse kenmerken binnen de werknemersgroep dan zien we de volgende verschillen. 35-plussers denken 71% van het laatst verdiende loon bij pensionering te krijgen, terwijl dit bij werknemers onder de 35 op 67% ligt. Mannen verwachten 72% netto pensioeninkomen te ontvangen, vrouwen 68%.

Hoeveel pensioen heb ik nodig?
Ook een opvallende maar dan stijgende tendens is de verwachting of men voldoende inkomen heeft na pensioneren, 63% denkt van wel. Sinds GfK het onderzoek uitvoert, is dit percentage nog nooit zo hoog geweest. [Zie Figuur 2] 
Interessante conclusie is dus dat het verwachte pensioeninkomen daalt en de inschatting of dit zelfde inkomen voldoende is, stijgt! Tegelijkertijd denkt een derde van de werknemers dat het inkomen tekort zal schieten.

Kijken we weer naar de diverse kenmerken binnen de werknemersgroep dan zien we dat 45-plussers positiever zijn en vaker denken (72%) voldoende inkomen te hebben dan 35-45-jarigen (61%) en 35-minners (54%). Mannen zijn positiever dan vrouwen, 71% versus 55%.  

Het CBS verzamelt ieder jaar per leeftijdscategorie de cijfers over het gemiddelde inkomen afgezet tegen de bestedingen. Tot de 55-jarige leeftijd van een gemiddelde Nederlander is een toename van zowel bestedingen als inkomen zichtbaar, daarna dalen beide. Behoudens in de jongste leeftijdsklasse heeft iedere klasse méér inkomen dan wordt besteed. Logischerwijs leven mensen naar hun inkomen en bestaan er grote verschillen tussen individuen. Wanneer we alleen kijken naar het gemiddelde, dan is de conclusie dat het gemiddelde genoeg inkomen heeft.

Extra sparen in de pensioenregeling wordt niet gedaan
Eén op de vijf (22%) werknemers spaart specifiek voor extra pensioen, 13% heeft de intentie dat te doen. Twee op de drie spaart dus niet bij en is ook niet van plan dat te doen. Ook hier zien we een vergelijkbaar beeld in de verschillende leeftijdscategorieën en geslacht. Hoe ouder de werknemers des te vaker wordt (al of intentie) bij-gespaard en mannen doen dit weer vaker (40%) dan vrouwen (29%). De manier om iets extra’s op te bouwen voor de oude dag is de spaarrekening (50%). [Zie Figuur 3]
De eigenwoning en beleggen worden ook veel genoemd. Lijfrente/banksparen wordt maar door 8% genoemd en pensioensparen 6%. 

Sparen voor pensioen doet men dus nauwelijks via de pensioenregeling. Dit kan diverse oorzaken hebben; geen geld (over) hebben, er niet over hebben nagedacht of de (on)aantrekkelijkheid van het aanbod binnen de pensioenregeling zelf. Misschien is de belangrijkste reden wel dat de noodzaak voor de meeste werknemers er gewoonweg niet is; ik verwacht minder pensioen te krijgen en heb er ruim voldoende aan.  

Door Robin Hardeveld Kleuver, Industry Consultant Financial Services GfK

General